Wil je graag meer vogels in de tuin? Zorg dan voor de drie ‘v’s: voedsel, veiligheid en voortplantingsmogelijkheden. Vorige week heb ik al het gehad over voedsel. Deze week komen de andere twee ‘v’s aan bod: veiligheid en voortplantingsmogelijkheden.

Veiligheid, het gevaar
Een van de grote rovers in de urban jungle is de kat. Vogels hebben een schuilplaats nodig waar ze zich kunnen verstoppen en niet gevolgd kunnen worden als de rover in de buurt is.
Stormachtig weer kan ook een gevaar zijn voor vogels. Door sterke wind kunnen stadsvogels niet meer veilig vliegen en kan hun lichaamstemperatuur te veel dalen. Om aan de wind te ontsnappen zoeken stadsvogels naar luwe plekjes die ontstaan door bebouwing, dichte struiken of bijvoorbeeld een nestkastje waar ze in kunnen zitten.

Klimplanten, struiken, hagen en bomen
In de tuin willen we vogels geen beschutting bieden door extra bebouwing, maar vooral door de juiste begroeiing. Klimplanten zoals de klimhortensia’s, dichte struiken en hagen (conifeer en taxus), een prikkelstruik (hulst, vuurdoorn, meidoorn) of een (hoge) boom zoals de lijsterbes kunnen een veilige plek zijn voor vogels. Schuilplaatsbiedende begroeiing met bessen (voedsel!) is dubbel fijn voor vogels. Mijn tip is daarom om dit soort planten in je tuin te plaatsen!

Omdat deze beplanting veilige plekken biedt is het ook een mooie plek voor vogels om een nestje te bouwen.

Snoeien
Ga je snoeien in de tuin, snoei dan NIET in het broedseizoen (voor de meeste vogels is dit in de periode van maart tot en met juli) en NIET alle struiken tegelijkertijd. Door planten om de beurt te snoeien blijven er planten over waarin de vogels zich kunnen terugtrekken.

Nestkastjes
Net zoals mensen voorkeur hebben voor een bepaald huis, stellen vogels eisen aan hun favoriete nestkastje. Vooral de vereiste grootte van de invliegopening en de afstand tot andere nestkastjes verschilt per vogel. Voor de bekendste bewoners van nestkastjes, koolmeesjes en pimpelmeesjes, kan de kastjes het beste op minimaal 10 meter afstand van elkaar ophangen, op een hoogte van ongeveer 2 tot 3 meter. Het ideale huisje van een koolmees heeft een invliegopening van 32mm (ongeveer een twee euro munt), voor de pimpelmees is een invliegopening ter grootte van een één euro stuk (28mm) het beste.

Voor alle nestkastjes geldt dat ze niet in de volle zon en niet vol in de wind moeten hangen. De invliegopening kan daarom het beste naar het noordoosten zijn gericht. Verder is het belangrijk dat er geen takken vlak voor het huisje hangen. Takken maken het huisje voor de vogels moeilijker te bereiken, terwijl een jagende kat er juist via de takken bij kan.

Vogels maken het hele jaar door gebruik van nestkastjes. Niet alleen om te broeden, maar ook om te slapen en schuilen. Als je het nestkastje nu al ophangt heb je ook meer kans dat er vogels in het nestkastje gaan broeden. Ze hebben dan namelijk meer tijd om het plekje te ontdekken.

Huismussen willen dicht bij elkaar een nestje bouwen en gaan onder de dakpannen zitten. Doordat steeds meer huizen grondig geïsoleerd worden verdwijnen dit soort plekken. Als oplossing is er een ander type nestkastje, de vogelvide, ontwikkeld. Op de website van de vogelbescherming kan je meer informatie vinden over de vogelvide.

Takkenril
Een takkenril is een stapel takken ingeklemd tussen palen in of als losse strook. Vogels zoals de winterkoning, roodborstje en heggenmus kunnen in een takkenril schuilen maar ook nestjes bouwen.

Voer en voeder plekken
Toch nog even over de eerste ‘v’, voedsel. Tijdens de periode dat de vogels jonkies hebben is er meer behoefte aan insecten, deze bevatten namelijk veel eiwitten. Insecten in de tuin zijn dus heel belangrijk (zie ook de blog over voedsel).

Veel mensen voeren vogels in de winter met vetbollen. Super, dit geeft de vogels extra energie om de winter door te komen. Alleen de netjes van vetbollen kunnen gevaarlijk zijn voor vogels. Vooral meesjes raken verstrikt in de netjes. Kies liever voor een variant zonder netje of een vetblok dat je in een speciale houder kan plaatsen.

Bij mijn ouders in de tuin zie ik de vogeltjes vaak van voedersilo naar de struiken heen en weer vliegen. Als je de vogels bijvoert via een tafel of een voedersilo kan je dit het beste doen in de buurt van een struik of boom waar vogels zich veilig in voelen en ze zich meteen in kunnen terugtrekken als er gevaar dreigt.

Katten met een belletje
Je kan ervoor kiezen om je kat een belletje om te doen. Al weet ik van de katten van mijn ouders dat ze hier echt niet blij van worden. En als je er dan bij stilstaat dat katten kunnen leren jagen met zo’n belletje om dan is nog maar de vraag of dit ook echt zin heeft. Ik denk dat het beste is om de katten alleen een belletje om te doen als de vogels jongen hebben.
Heb je een kat, of hebben je buren katten en hoor je ineens heel veel vogelherrie uit de tuin, dan kan het zijn dat een vogel een alarmroep geeft. Als ik dit hoor loop ik altijd even op de kat af om de vogels te helpen. Sorry kat, ik weet dat jagen je oerinstinct is maar de vogeltjes in de tuin vind ik toch ook wel erg leuk.

Ik hoop dat deze tips je helpen om jouw tuin te veranderen in een vogeltuin. Heb je behoefte aan een advies op maat? Mail dan naar mail@groenmetsaar.nl

Tot volgende week!

Sara